Voorbeelden van het gebruik van Meelopen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je mag meelopen naar de bus.
Wilt u meelopen naar m'n hut?
Ik kan niet meelopen naar dat gebouw, Cassie.
Wilt u even meelopen naar 't perron?
Zal ik meelopen naar de taxistandplaats?
Je moet meelopen naar Driscol's kantoor.
Je kan met me meelopen als je wilt.
Zal ik meelopen?
Zal ik meelopen?
En… hij wou met me meelopen naar mijn auto.
Als je ooit met mij een dienst wilt meelopen, zeg het dan maar.
Bedankt voor het meelopen.
Jongen? Slechte gewoonte? Meelopen?
Wat lief dat jullie meelopen.
Moeten we meelopen?
Mag ik meelopen?
Laat me met je meelopen naar het huis.
Ms Snow, wil je met mij meelopen naar mijn huis?
Agenten DiNozzo en McGee, gaan met je meelopen.
Alex en Manu zijn de eerste brandweermannen… met wie we de hele nacht meelopen.