Voorbeelden van het gebruik van Opjagen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ikwil je niet opjagen.
Je kunt me niet opjagen.
Weet je dan nog niet, dat je haar niet kan opjagen?
Helaas, maar je verleden komt jou opjagen.
Ik wil u niet opjagen.
Haar geest zal terugkomen en je opjagen tot je sterft!
Ik wilde je niet opjagen.
Ik wil je niet opjagen.
Ik wil u niet opjagen.
Woestelingen die je opjagen als wilde dieren.
Zo niet, dan zal ik jullie als beesten opjagen.
En als ze ons ontdekken zullen ze ons opjagen als dieren.
Dan zullen ze ons opjagen.
Ze zouden me opjagen en doden.
Zullen… wij je opjagen.
Je kunt het casting proces niet opjagen.
Demonen," geboren" uit fouten uit het verleden, die hem opjagen en kwellen.
Je kan dingen niet opjagen.
Je bedoelt dat ik Hodgins moet opjagen?
De mensen die ons opjagen zijn verantwoordelijk voor deze stroomstoring.