Voorbeelden van het gebruik van Opjagen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De schepen die ons opjagen. Is dat de Hand?
Hoe die mannen… mensen in het bos konden opjagen en konden doden.
Ik wil jullie niet opjagen.
Nazi's opjagen!
Blijf me opjagen en er zullen doden vallen." Nee, niet doen!
Begrijp waarom honden katten opjagen.
Hij zou ons beide opjagen totdat we dood zijn.
Je moet de slechteriken opjagen.
Ik wil je niet opjagen.
Ons opjagen is tijdverspilling, generaal.
Siberische tijgers zullen weken, alles opjagen en doden wat hen pijn heeft gedaan.
Je moet me opjagen.
Ik vind het niets dat ze Daisy opjagen als een beest.
zal ik haar opjagen tot het einde.
Maak je niet druk, ik wou Khalid opjagen en vermoorden.
Een geest opjagen.
Hun voetstappen klinken steeds luider terwijl ze me met meedogenloze vastberadenheid opjagen.
Ik zag Cooper de moordenaar opjagen.
Hun voetstappen klinken steeds luider terwijl ze me met meedogenloze vastberadenheid opjagen.
We gaan Russell opjagen.