Voorbeelden van het gebruik van Ruzie in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij had ruzie met Della en Derek die avond.
Geen tijd voor ruzie.
Soms maken we ruzie.
Ik kreeg ruzie met een vent die mijn poëzie niet kon waarderen.
Misschien kreeg hij ruzie met een van hen?
Grote ruzie?
Dit is geen moment voor ruzie.
De moordenaar kwam op Calvin af, ze kregen ruzie.
Mam, ik wil geen ruzie.
Als je ruzie wil, maken we ruzie.
Niettemin kreeg Thomas spoedig ruzie met de nieuwe aartsbisschop en verbande hem uit Ioannina.
Ik had ruzie met Dekker.
Je zoekt ruzie met hem.
We hebben ruzie gehad.
Heb je ooit Harry en Julian ruzie zien maken?
Ik heb hier de man die ruzie had met Ryan.
Dit is geen tijd voor ruzie.
Waarom maken we ruzie?
En die ruzie met Rusty dan? Wat had dat te betekenen?
Krullenkop wil ruzie.