Voorbeelden van het gebruik van Ruzie in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mijn broer heeft ruzie met iedereen, ook met mij.
Ik had ruzie met Shannon.
Scotty had ruzie met Barney uren voor de moord.
Ze ziet die ruzie tussen haar chef-kok en zijn schoonvader.
We hebben geen ruzie met jou. Mevrouw Dwarf.
Omdat ik graag ruzie met je maak.- Waarom?
Onze ruzie met de Cullens is tenminste voorbij.
Dat veroorzaakte de ruzie tussen onze families.
Een ruzie met een bewaker. Wat is er gebeurd?
Heeft Henry ruzie met je baas?
U had ruzie met Alexander?
Jouw ruzie met Abby, mijn afwijzing van John.
Maar u had ruzie op zijn verjaardag.
We hebben geen ruzie met u, mijnheer.
Voor ruzie met m'n vrouw?
Bluetooth-verbinding vermijdt de ruzie van het runnen van draden.
Je weet wat deze familie ruzie kost? Het kost genoeg?
Je kwam tussenbeide in een ruzie tussen haar en een klant.
Ik wil geen ruzie met je, man.
Ik had ruzie met Dr Jekyll.