Voorbeelden van het gebruik van Zei ja in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik zei ja.
Dus je zei ja terwijl je net was bevallen van ons kind.
Hij zei ja." Hij is homo.
Jij zei ja.
Ik zei ja maar ik zag een lach op zijn lippen.
Ze zei ja. We gaan na Regionals trouwen.
Ik zei ja. Ik loog tegen haar.
Ik zei nee, zij zei ja.
dacht erover na en ik zei ja.
Ik ben geen goede danser, maar ik zei ja.
Ze vroegen ons of we dat wilden en ik zei ja.
Ze belde met de assistent en zei ja of nee.
Ze vroeg mij en ik zei ja.
Hij vroeg me ten huwelijk en ik zei ja.
Ik voelde nee en zei ja.
Vanavond vroeg hij haar ten huwelijk en ze zei ja.
En ze zei ja.
Ze vroeg of ik kon invallen, en ik zei ja.
Dus ik zei ja.