Voorbeelden van het gebruik van Zei ja in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Een molecuul zei ja tegen een andere molecuul en het leven ontstond.
Angelina zei ja zonder aarzeling.
De balsemster van Palmer zei ja, niet?
Je zei ja tegen een baan, niet tegen een man.
Victoria zei ja, en heel eerlijk ben ik net zo verrast als jij.
Angelina zei ja en sloot haar ogen.
En jij zei ja?
Ik zei ja.
Ze zei ja en het was echt prachtig.
Hij zei ja.
Ik zei ja.
Ik zei ja.
Dus Alex zei ja, hè?
Ik zei ja tegen iets wat hij niet gevraagd had.
Slechts één van al die kinderen zei ja.
Hij stelde de vraag. Zij zei ja.
Toen zei m'n zus nee, en ik zei ja.
Ze belde met de assistent en zei ja of nee.
Maar ieder deeltje in mijn lijf zei ja.
de Pan-Afrikaanse top zei ja.