Voorbeelden van het gebruik van Begeleider in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij is niet haar begeleider.
Michael, Rudy heeft een begeleider nodig.
Ashur en Mani verwachten vanmiddag een telefoontje van hun begeleider.
Moranga met Charque. Begeleider van stokbrood.
Alison, je weet niet wie je begeleider is, oké?
Alleen, zonder begeleider.
Joe was altijd de begeleider.
Erwt met Bacon. Begeleider van stokbrood.
Je bent net een begeleider.
Nog maar te zwijgen over onze begeleider.
Hebben jij en je begeleider veel tijd samen?
Houders van een Laissez-passer-pas of begeleider van kinderen van 17 jaar en jonger.
Begeleider: Pieter Adams.
Je leest het goed: begeleider.
We hebben misschien wat met een begeleider van de ouders.
Begeleider… Nee.
Zij is nu je begeleider, je doet wat ze zegt.
Als jij mijn begeleider niet bent, wie dan wel?
En met dank aan mijn begeleider Jenna, heb ik een doel gesteld.
De kleinere van de twee pakt materiaal af van zijn begeleider.