Voorbeelden van het gebruik van Beschaamd in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
en hoe beschaamd ze zijn.
Ik was beschaamd.
Mensen met OCS zijn vaak beschaamd over hun ziekte.
Hij heeft dat vertrouwen beschaamd, oké?
Je was beschaamd.
Deze mensen moeten met naam worden benoemd, beschaamd en gearresteerd.
ik… Ik ben… Ik ben beschaamd.
Dat je beschaamd was over wat er gebeurde.
Is hij beschaamd over je omdat je op straat leeft?
Zeggen dat ik beschaamd ben is een extreem understatement.
Iets wat je beschaamd om toe te geven.
Zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd.
Zij zijn beschaamd, ja, wordenschaamrood, en bedekken hun hoofd.
Jou beschaamd?
Het beschaamd me daar gevochten te hebben.
Zij zijn beschaamd, ja, worden schaamrood, en bedekken hun hoofd.
Zij zijn beschaamd, ja, wordenschaamrood, en bedekken hun hoofd.
Ze voelt zich niet eens beschaamd.
Mijn vertrouwen beschaamd?
je hebt dat vertrouwen beschaamd.