Voorbeelden van het gebruik van Blaffen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Alleen blaffen, Brad. Niet bijten.
Niet blaffen!
Zijn hond was aan het blaffen… en zijn auto stond op de oprit.
Wij blaffen, jullie bijten.
Hij hoorde de hond blaffen.
Niet zo blaffen.
Mr. Harper, uw hond blaffen heel hard, gisteravond.
Je hebt liever dat je mannetjes blaffen en tegen je been aanrijden.
Omdat jij niet kan zingen zonder de honden te laten blaffen.
Dat je 'n vrouw kunt laten blaffen als 'n hond.
Komaan, laat de handpoppen maar praten en blaffen!
Heeft u Roy vannacht horen blaffen?
Ik heb hem niet, niet veel horen blaffen de hele dag.
Je kan beter blaffen voor hem?
Bizar, hoe die honden blaffen.
Als Nicky iets ruikt dat de moeite waard is zal hij zo tweemaal blaffen.
Niet tegen mij blaffen.
Dit is genoeg om een kat te laten blaffen.
Bitsy, niet blaffen.
Net zo blaffen als de hond die je bent.