Voorbeelden van het gebruik van Dat kun je in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dat kun je wel raden.
Dat kun je nu wel aan.
Dat kun je toch wel, Bob?
Dat kun je, je moet het je herinneren.
Dat kun je, je kunt dit.
Dat kun je moeilijk ongeluk noemen.
Dat kun je in Brixham ook. Waarom helemaal hier?
Dat kun je vast wel bedenken.
Dat kun je wel stellen.
Dat kun je beter.
Dat kun je op veel manieren gebruiken. Steken, haken, snijden.
De kamer heeft een groot raam dat kun je het spectaculaire uitzicht te genieten.
Dat kun je wel.
Dat kun je allemaal leren bij 't leger.
Dat kun je beslist.
Dat kun je door door het slachtoffer te laten drinken.
Dat kun je 't hele jaar door doen.
Dat kun je toch?
Passie dat kun je voelen.
Dat kun je maar beter leren.