Voorbeelden van het gebruik van Jubelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De wereld heeft nergens weet van, maar in de hemel jubelen de engelen die het weten!
spreken in tongen, en jubelen, die een humeur hadden
Jubelen, in tongen spreken,
We zullen hier naar de kerk komen en jubelen en God prijzen
de gevleugelde zullen jubelen en mij en mijn volk helpen!".
heeft ook het voorrecht de hoop die hij verwachte te mogen omarmen en het doet hem jubelen van vreugde.
zij zich niet zouden verblijden of jubelen.
Ik kan u er een heleboel tonen die jubelen, een heleboel die in tongen spreken, een heleboel die werken in het evangelisatiewerk.
Als Mr Mercer Michael hoort jubelen… zal hij me eindelijk uit Satans put verlossen
Een psalm bij het lofoffer. Laat de hele aarde voor de HERE jubelen.
Nochtans zal ik juichen in de Here, jubelen in de God van mijn heil.
dat heel populair is onder de Iraniërs, wordt duidelijk dat de mensen jubelen over de ondersteuning van de VS.
ge zult dikwijls ontdekken, dat zij jubelen bij de nadering van het wreedste lijden.
voorhoudt nog eens oppakken: Maria is met ziel en lichaam naar de hemel gegaan; de engelen jubelen!
mogen er letterlijk dozijnen zijn, velen die jubelen in de Heilige Geest.
Een dag van jubelen en bevrijden, een jubelen dat zelfs de bredere burgerij wegvaagde.
Dezelfde Heilige Geest die vroeger Mirjam liet jubelen en in tongen spreken
de mensen kunnen jubelen, de zieken de handen opleggen
een huichelaar kan door de Heilige Geest jubelen, evenals een dolik kan leven door de regen die gezonden is.
Hopelijk lukt het om de EU te verenigen rond een nieuw beleid, nu de mensen in Bagdad jubelen over de val van Saddam Hoessein en zelfs proberen om zijn reusachtige standbeeld omver te halen.