Voorbeelden van het gebruik van Krot in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het is hier geen krot, blitse jongen.
Je woont in een krot, Quoyle.
ontvoerd, en naar dit krot gebracht.
Wat voor soort moreel voorbeeld is dit krot voor mijn jongen?
Ik haat dit krot.
Ik geloof niet dat iemand in dit krot iets belangrijks doet.
Wat een krot.
En leven in een krot als dat.
Mijn rechterhand mag niet in een krot wonen, nietwaar?
Vadertje tijd heeft ook zijn best gedaan op dat krot.
Je woont in een krot, Vlad.
Ik snap niet waarom je in dit krot blijft.
Wat een krot.
Het is een krot.
Ik bedoel, met alle tegenslagen, zelfs al leven we in dit krot.
Voor mij is het nog een krot.
Hans en Grietje zouden nog leven als ze dit krot hadden moeten zoeken.
Wat een krot.
Niet zoals dit krot.
Louis vertelde dat je in een krot woont.