Voorbeelden van het gebruik van Krot in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
We horen niet in dit krot.
Als ik dat had zou ik niet in deze krot leven.
En… het is een krot.
Mijn huis is beter dan dit krot.
Bedoel je: Wat doet een meisje als ik in zo'n krot?
De eigenaar van dit krot.
Hij werd opgevoed door z'n opa in een krot aan Waterloo Road.
Hé, het is geen krot.
Wow, wat een krot.
Ik woon in een krot met 50 katten!
Waarom gaan we naar dit krot?
Julia, ik weet dat ik in een krot woon.
Heb je liever dat ik in 'n krot woon?
Daar staat een groot luxe hotel… neerkijkend op dat krot.
Logeer je in dat krot?
Hij verhuisde naar een krot op de hoek van Halsted en 19de.
Later woont hij in een krot bij een bos aan de rand van Zonnedorp.
Dit krot staat al meer dan twintig jaar leeg.
Wat een krot.
Mam, het is een krot.