Voorbeelden van het gebruik van Lach in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik lach niet!
Lach zoals we altijd hebben gelachen om de kleine grapjes die we samen maakten.
Vriend, bloemen en chocolaatjes kopen, lach voor je vriendin.
Ze oefent haar vrolijke lach in de Mercedes.
In de lach en de tranen van Kristen en Claire.
Waarom lach je, vrouw?
Lach niet, maar hij was een tijdje professionele mimespeler.
Lach maar. Maar spot niet met wat je niet begrijpt.
Ik leer, studeer en lach met mijn vrienden,” zei hij.
Nu lach je niet, hè?
Clowns brengen een lach naar vluchtelingenkinderen in Tanzania.
Lach niet, maar ik ga deze plek echt missen.
Lk lach niet.
Lach de dronken vent maar uit.
Grap, lach, anekdotes te vertellen,
Lach je me uit omdat ik zo stom was?
Lach niet, is de bodem van 'n apekooi.
Ik lach tenminste.
Ze spreken niet dezelfde taal, maar hun lach en lach zijn hetzelfde.
Ga wandelen, lach naar mensen, wees niet bang voor communicatie.