Voorbeelden van het gebruik van Mag zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Er is mij nooit verteld dat ik geen fan van de show mag zijn.
Herder, priester, of wat het ook mag zijn.
Ik laat je in mijn dromen als ik in de jouwe mag zijn.
Ik weet het… hoe zwaar het ook mag zijn.
Wat er ook gedaan mag zijn, het maakt niet uit.
Als er iemand van streek mag zijn, ben ik het wel. Punt uit.
Je weet dat je daar niet mag zijn als hij werkt.
Als je niet genoeg endocannabinoïden hebt, heb je pijn waar geen pijn mag zijn.
Maar ik weet wel dat ik het niet over mag zijn… zonder dit.
Je weet dat je hier niet mag zijn.
Je weet dat je hier eigenlijk niet mag zijn, dus doe maar rustig.
Je weet niet waarom ik niet met haar mag zijn, of wel?
Luister, niemand zegt dat je niet teleurgesteld mag zijn.
ik hier niet mag zijn.
Er moet ook worden opgemerkt dat hij niet te nat mag zijn.
niet getrouwd mag zijn?
Dat het een kerk is, die daar niet mag zijn.
hij hier niet mag zijn.
Als ik dan je speelkameraad mag zijn.
Mama. Je zegt altijd dat niemand alleen thuis mag zijn op Kerstavond.
