Voorbeelden van het gebruik van Noem hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
En noem hem niet zo.
K Noem hem Walter omdat' ie mij aan Ethels broer doet denken.
Noem hem nog niet Abraham.
Gilly voor zijn vrienden, maar ik noem hem Chester Cheeto.
Noem hem niet stom!
Giles. Ik noem hem Pops.
Jezus, noem hem geen Philip!
Nee, hij is aardig, maar noem hem geen"jongen".
Hey, schat… Noem hem geen schat.
Noem hem niet zo.
Noem hem Sloopbal, jongen van mijn zus.
Noem hem Scum.
Noem hem niet zo.
Noem hem schatje en kijk hoe hij reageert.
Noem hem Geest, want niemand ziet hem. .
En noem hem alsjeblieft weer Glen.
Noem hem Lee, iedereen noemt hem Lee,
Noem hem niet zo.
Noem hem Edward voor mij.