Voorbeelden van het gebruik van Ordelijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Daarom moeten alle dingen ordelijk worden gedaan.
Verlaat het gebouw ordelijk.
iedereen zich in de rij opstelt, alstublieft ordelijk.
Mooi en ordelijk.
Laten we rustig en ordelijk naar binnen gaan.
Het is hier niet zo ordelijk.
Stijg op en vertrek rustig en ordelijk.
Een huiselijk en ordelijk man!
We willen graag dat het leven ordelijk, voorspelbaar en eenvoudig is.
De Japanners zijn heel ordelijk.
Je lijkt behoorlijk ordelijk.
Vrede en barmhartigheid zullen zijn op hen die volgens deze gedragsregel ordelijk wandelen, ja, op„het Israël Gods”.- 6:1, 16.
Doch een terugtocht, die op tijd en ordelijk doorgevoerd wordt, kan overbodige verliezen voorkomen
Het zal de bouw van een ordelijk en correct ontwerp fouten in de bouw te geven,
Gewetensvolle mensen, die ordelijk, ijverig en gedisciplineerd zijn,
uw muggen zijn opgesteld ordelijk, zodat als je verder gaat weet je die
Allebei zijn keurig en ordelijk, kon het het hoge rendement van de verzending waarborgen
ongeorganiseerde met een intens drang dingen ordelijk en symmetrisch te houden.
voortgaan in deze zelfde routine ordelijk te wandelen.
objecten niet ordelijk zijn of wanneer je wordt geconfronteerd met een bepaalde manier.