Voorbeelden van het gebruik van Stakker in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Arme, domme stakker.
Luister naar me, ondankbare stakker.
En die arme stakker?
Jij arme stakker.
Wij verdoen onze tijd niet aan een raaskallende stakker.
Mr Wegg, arme stakker.
Arme stakker.
Máákte, de arme stakker.
Is bijna failliet, de stakker.
De stakker was wanhopig.
Ik ben geen stakker.
De arme stakker.
Jij bent de stakker, en dat is de waarheid.
De stakker ligt op sterven.
We zouden vanavond uit eten gaan, maar de stakker heeft griep.
Maar de arme stakker heeft het jongetje nooit gezien.
Stakker, een hele dag lopen om tot hier te komen.
En doe niet alsof het een onschuldige stakker is.
Volgens mij is ie aan het flirten met Penny Bosworth, de stakker.
Vergeet niet wie je bent, stakker.