Voorbeelden van het gebruik van Tegen vechten in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je kan niet tegen mij vechten.
Ik wil niet tegen je vechten.
Ik wil niet tegen je vechten.
Je zult één voor één tegen hen vechten.
Ik wil niet tegen jou vechten.
Luister, misschien… moet je er niet zo hard tegen vechten.
Laat hem tegen mij vechten, met welk wapen dan ook.
Charlie zal tegen haar vechten.
Als we er niet tegen vechten, zijn we in evenwicht met de realiteit.
Satin Jack moest tegen haar vechten.
Hij zei" Ik ga niet tegen je vechten." Ik was.
Soms kun je er niet tegen vechten, want je bent een deel van uit.
Als ze tegen elkaar vechten.
Er tegen vechten maakt het alleen maar sterker.
Ik zal tegen je vechten.
Niet tegen vechten.
Niet tegen vechten.
Nu weten we waar we tegen vechten.
Wat ik wel kan doen, is er tegen vechten voor zolang ik kan. Totdat.
Je kunt er niet tegen vechten.
