Voorbeelden van het gebruik van Zij leefden in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zij leefden hier voor ongehuwde vrouwen, die willen om God te aanbidden.
De wereld is mooi doordat zij leefden;
De wereld is mooi doordat zij leefden;
Ziet u, zij leefden op de natuurlijke dingen.
Kijk, zij leefden in wat Wesley had gezegd: heiliging.
Nu ontbrak er niets meer aan hun geluk, zolang zij leefden.
Kijk welk soort leven zij leefden.
Zet die mensen van vroeger niet aan de kant, zij leefden naar hun boodschap.
Wij hebben vandaag niets om het te vergelijken met de wijze waarop zij leefden.
Zij leefden van opa's pensioen.
Zij leefden volgens een bepaalde regel
Zij leefden tot op zeer hoge leeftijd met een jeugdige verschijning,
Zij leefden een sober bestaan in een grote,
Soms zij leefden samen in vrede,
waar U deze kunt verbinden met andere artikelen over waar en wanneer zij leefden.
Ik was geen lid van een christelijke gemeenschap omdat zij niet leefden volgens het gebod ‘heb de ander lief zoals je jezelfliefhebt'.
Zij leefden de tijdlijn die zij uitgekozen hadden
Hun kapitaal bestond uit hun kudden en zij leefden van de rente- de natuurlijke aanwas.
Onze ouders vernielden vrolijk en blij, want zij leefden in een tijdperk dat nog de weerschijn van een solide verleden bevatte.
