ZIJ LEEFDEN - vertaling in Spaans

vivían
leven
wonen
live
overleven
samenleven
ervaren
samenwonen
estuvieran vivos
om te leven
nog leven
levend zijn
levendig zijn
vivieron
leven
wonen
live
overleven
samenleven
ervaren
samenwonen
vivió
leven
wonen
live
overleven
samenleven
ervaren
samenwonen
vivir
leven
wonen
live
overleven
samenleven
ervaren
samenwonen

Voorbeelden van het gebruik van Zij leefden in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Zij leefden hier voor ongehuwde vrouwen, die willen om God te aanbidden.
Estaba habitado por mujeres solteras que querían adorar a Dios.
De wereld is mooi doordat zij leefden;
El mundo es bello gracias a que ellos han vivido;
De wereld is mooi doordat zij leefden;
El mundo es hermoso porque ellos han vivido;
Zij waren mensen, zij leefden.
Ellos eran hombres, ellos vivían.
Ziet u, zij leefden op de natuurlijke dingen.
Vean, ellos vivían de las cosas naturales.
Kijk, zij leefden in wat Wesley had gezegd: heiliging.
Ven, ellos estaban viviendo en lo que dijo Wesley, santificación.
Nu ontbrak er niets meer aan hun geluk, zolang zij leefden.
Y ahora de nada más necesitaron para su felicidad mientras ellos vivieron.
Kijk welk soort leven zij leefden.
Miren qué clase de vida estaban viviendo ellos.
Zet die mensen van vroeger niet aan de kant, zij leefden naar hun boodschap.
No vaya a avergonzar a aquella gente, ellos vivieron bajo su Mensaje.
Wij hebben vandaag niets om het te vergelijken met de wijze waarop zij leefden.
No tenemos nada con que compararlo hoy, la manera que ellos vivieron.
Zij leefden van opa's pensioen.
Vivían con la pensión del abuelo,
Zij leefden volgens een bepaalde regel
Vivían de acuerdo con cierta regla o canon,
Zij leefden tot op zeer hoge leeftijd met een jeugdige verschijning,
Vivieron a una muy vejez con un aspecto juvenil,
Zij leefden een sober bestaan in een grote,
Vivían frugalmente en una casa grande
Soms zij leefden samen in vrede,
A veces vivieron juntos en paz,
waar U deze kunt verbinden met andere artikelen over waar en wanneer zij leefden.
crear artículos acerca de sus antepasados, y de fácil conexión a otros artículos acerca de dónde y cuándo vivió.
Ik was geen lid van een christelijke gemeenschap omdat zij niet leefden volgens het gebod ‘heb de ander lief zoals je jezelfliefhebt'.
No era miembro de ninguna congregación cristiana porque sabía que no habían escuchado ni vivían bajo el mandamiento de:“Ámense los unos a los otros como yo los amo”.
Zij leefden de tijdlijn die zij uitgekozen hadden
Vivieron la línea de tiempo que eligieron
Hun kapitaal bestond uit hun kudden en zij leefden van de rente- de natuurlijke aanwas.
Sus rebaños representaban su capital y vivían de los intereses- del natural incremento de estos-.
Onze ouders vernielden vrolijk en blij, want zij leefden in een tijdperk dat nog de weerschijn van een solide verleden bevatte.
Nuestros padres destruyeron alegremente, porque vivieron una época que conservaba aún reflejos de la solidez del pasado.
Uitslagen: 162, Tijd: 0.0687

Zij leefden in verschillende talen

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans