Voorbeelden van het gebruik van Zit goed in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ja, dat zit goed.
Je haar zit goed.
Ik zie geen lekken, alles zit goed.
Ja, het zit goed.
Zit goed.
Deze kant zit goed.
Nee, de spijkerbroek zit goed.
Ja, alles zit goed.
T Zit goed.
De energizer zit goed vast.
Alles zit goed.
In het oor zit goed, maar met ongewone iets wrijven.
Hij zit goed bij mam.
dus dat zit goed.
Alles zit goed tussen ons.
Het zit goed, hij is een goeie kerel.
Die zit goed bij haar vader.
Ik zit goed in Dortmund.
Alles zit goed tussen ons.
De Koning zit goed op zijn plek.