CREÍA - vertaling in Nederlands

ik dacht
pensar
yo creemos
me acordé
me recuerda
pensamiento
opinar
geloofde
creer
pensar
fe
creencia
confiar
creyentes
geloofden
alabaron
glorificaban
toch
sin embargo
verdad
no
aún así
cierto
pero
aun así
todavía
todos modos
seguramente
vond
encontrar
hallar
localizar
buscar
descubrir
averiguar
opinan
consideran
la búsqueda
creen
meende
en serio
pensar
creer
consideran
opinan
estiman
dicen
geloven
creer
pensar
fe
creencia
confiar
creyentes
gelooft
creer
pensar
fe
creencia
confiar
creyentes
ik denk
pensar
yo creemos
me acordé
me recuerda
pensamiento
opinar
geloof
creer
pensar
fe
creencia
confiar
creyentes

Voorbeelden van het gebruik van Creía in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
¿Marqué mal?. Creía que era el número de Layla?
Dit is toch het nummer van Layla?
¿Por qué? Pero creía que no te gustaba Steve Tolliver?
Maar je mag Steve Tolliver toch niet?
Hola, Christina.¿Qué haces aquí? Creía que teníamos un acuerdo?
Wat doe jij hier, we hadden toch 'n overeenkomst?
Le dijo que ella no creía que él hubiera matado a su novia.
Ze zei dat ze niet geloofde dat hij zijn vriendin vermoord had.
El iba a un iglesia que no creía en sanidad Divina.
Hij ging naar een kerk die niet geloofde in Goddelijke genezing.
Quizá creía lo que veía en la tele.
Misschien geloofde ze wat ze op TV zag.
Se creía generalmente que el hielo no era un peligro muy preocupante para grandes barcos.
Er werd algemeen aangenomen dat ijs poseerde weinig gevaar voor de grote schepen.
Rey malvado no lo creía, pero era necesario decir algo.
Wicked koning niet denk het wel, maar het nodig om iets te zeggen was.
Me preguntó si creía en el amor a primera vista.
Hij vroeg of ik geloof in liefde op het eerste gezicht.
Yo creía que sabías de mi matrimonio anterior a Stan.
Ik denk dat je weet van mijn huwelijk voorafgaand aan die met Stan.
Pero al parecer, creía que era una cita.
Maar blijkbaar dacht hij dat het een afspraakje was.
Ya nadie creía en él.
Niemand geloofd hem meer.
¿Pero y si creía que lo tenía?
Maar wat als zij geloofde van wel?
¿realmente creía que no notaría que estaba tratando de acceder a mi cuenta?
Dacht je echt dat ik dit niet zou merken?
¿Qué tipo de hombre creía que era?
Wat voor man dacht je dat ik was?
Y creía en la vida eterna,
Zij geloofde in de opstanding tot het eeuwige leven
Creía que lo habrían quitado.
Je zou denken dat ze dat weghalen.
Admito que no te creía capaz de cometer este crimen.
Ik geef toe, ik denk niet dat jij deze misdaad kon plegen.
¿Creía que no vendría?
Dacht u dan van niet?
¿Creía que domaba leones?
Dacht u dat ik leeuwentemmer was?
Uitslagen: 13127, Tijd: 0.0827

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands