TEMÍAN - vertaling in Nederlands

vreesden
temer
miedo
temor
tema
preocupa
waren bang
tienen miedo
temen
están asustados
preocupa
asusta
da miedo
están temerosos
están aterrorizados
tienen miedo de ser
atemoriza
zij durfden niet
temían
no se atrevían
pero ellos
waren bevreesd
vreesde
temer
miedo
temor
tema
preocupa
vrezen
temer
miedo
temor
tema
preocupa
gevreesd
temer
miedo
temor
tema
preocupa
was bang
tienen miedo
temen
están asustados
preocupa
asusta
da miedo
están temerosos
están aterrorizados
tienen miedo de ser
atemoriza
angst
ange

Voorbeelden van het gebruik van Temían in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Temían que si la guerra se.
Er werd gevreesd dat de oorlog zou.
Estaba empezando a creer que temían luchar.
Ik dacht al dat je bang was om te vechten.
Temían que si el FBI se viera involucrado.
Zij waren bang dat als de FBI erbij betrokken.
Temían que los sindicatos cobraran fuerza.
Ze waren bang dat de vakbonden sterker zouden worden.
Pero no llamaron a Jesús ante ellos; temían hacerlo.
Maar ze lieten Jezus niet voor zich verschijnen, ze durfden dit niet te doen.
Fussilat-18: Y salvamos a los que creían y temían a Alá.
Fussilat-18: En Wij redden degenen die geloofden en(Allah) plachten te vrezen.
Sus necesidades habían sido suplidas, pero temían por el futuro.
In hun huidige behoeften was voorzien, maar ze vreesden voor de toekomst.
a los que creían y temían a Alá.
zij plachten( Allah) te vrezen.
Y salvamos a los que creían y temían a Alá.
En Wij redden degenen die geloofden en( Allah) plachten te vrezen.
Economía no se desaceleró tanto como algunos temían en el 2014.
Het is in 2014 niet zo slecht gegaan als door menigeen werd gevreesd.
Estas son las escenas que todos temían.
Hier was iedereen al bang voor.
Todos ensalzaron su valor, y eran muchos los que temían por su vida.
Allen prezen zijn moed, al waren er velen bezorgd voor zijn leven.
Le respetaban.- Le temían.
Hij werd gerespecteerd, hij werd gevreesd.
Los resultados confirmaron lo que temían.
De resultaten bevestigden wat zij hadden gevreesd.
No se han producido las graves deficiencias que temían algunos.
Er hebben zich geen ernstige gebreken voorgedaan zoals sommigen hadden gevreesd.
Ambos estados temían a la Unión Soviética y a estados árabes fuertes
Beide staten waren bang voor de Sovjet-Unie en sterke Arabische staten
no temían el mandamiento del rey.
Amram en Jochebed, waren niet bang voor het bevel van de koning.
Los agentes del sanedrín estaban presentes, pero temían arrestar a Jesús en medio de sus amigos.
De agenten van het Sanhedrin waren wel aanwezig, maar zij durfden Jezus niet te midden van zijn vrienden in hechtenis te nemen.
Los palestinos temían que sus actos de acoso
De Palestijnen waren bang dat hun geweld, intimidatie
También estaban presentes los agentes del sanedrín, pero temían apresar a Jesús en medio de sus amigos.
De agenten van het Sanhedrin waren wel aanwezig, maar zij durfden Jezus niet te midden van zijn vrienden in hechtenis te nemen.
Uitslagen: 661, Tijd: 0.3118

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands