A PASS - vertaling in Nederlands

[ə pɑːs]
[ə pɑːs]
pas
only
until
just
pass
adjust
customize
watch
newly
recently
apply
een pasje
pass
an ID
a badge
a swipe card
a key card
a drive-on
step
a keycard
gaan
go
will
get
start
leave
move
come
take
are gonna
are heading
een vrijbrief
a free pass
a licence
a pass
immunity
carte blanche
license
een vrijgeleide
a free pass
a pass
safe passage
safe conduct
avances
advances
overtures
pass
move
passeren
pass
cross
go
bypass
geslaagd
succeed
strokes
pass
beats
success
manage
hits
strikes
successful
graduate
een doorgang
passage
a portal
pass
access
doorway
gateway
way through
a thoroughfare
a transit
apathway
een avance
een reispas
een voorzet
een versierpoging

Voorbeelden van het gebruik van A pass in het Engels en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Why does Elias get a pass?
Waarom krijgt Elias een vrijbrief?
Let me give you a pass.
Ik geef je een vrijgeleide.
you get a pass.
dan moet je gaan.
You never miss a pass, do you?
Wilt u iets zeggen? U mist nooit een pass, hè?
You can't come in without a pass.
U mag niet binnen zonder pas.
Is she a pass or a fail?
Is ze geslaagd of gezakt?
Break the glass♪ Make a pass♪ Shake that ass while you still can.
Breek het glas maak avances schudden met je kont terwijl het nog kan.
I will give you a pass in exchange for a favor.
Ik laat het passeren, in ruil voor een gunst.
I got a pass now, remember?
Ik heb een pasje nu, weet je nog?
I can't believe Samson's giving'em a pass.
Ik kan niet geloven dat Samson hem liet gaan.
So I audible to a pass.
Dus ik vraag om een pass.
Look,'cause we know each other, I'm gonna give you a pass.
Kijk, omdat we elkaar kennen geef ik je een vrijgeleide.
Housewife. Here on a pass.
Huisvrouw, hier op een pas.
I didn't give anybody a pass!
Ik gaf niemand een vrijbrief!
But there's supposed to be a pass.
Maar er zou een doorgang moeten zijn.
A pass to the Great American Amusement Park?
Een pasje voor het Grote Amerikaanse Pretpark?
She a pass or a fail?
Is ze geslaagd of gezakt?
World Cup player Veltman was given a pass on this training week in De Lutte.
WK-ganger Veltman mocht de trainingsweek in De Lutte laten passeren.
And so yes, he gave her a pass.
En daarom liet hij haar gaan.
I get it. You're insulted he didn't make a pass.
Je bent beledigd want hij maakte geen avances.
Uitslagen: 672, Tijd: 0.0421

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Engels - Nederlands