Voorbeelden van het gebruik van Aangenaam in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Aangenaam, maar wat doen jullie hier?
Aangenaam, Grietje. Ik ben Drizella.
Aangenaam. Moet ik je helpen?
Aangenaam, Luke.
Jeremy's moeilijke methode klinkt veel minder aangenaam.
En… intelligent en… aangenaam om mee te spreken.
Aangenaam u te ontmoeten, kolonel.
Misschien minder aangenaam en duurder dan je denkt.
Aangenaam hier te zijn.
Aangenaam, Mr Borb.
Marshal. Aangenaam.- Iers.
Aangenaam, Carol.
Ja, die overwinning was zeer aangenaam.
Ik ben Jamie. Aangenaam.
Ik ben Leon Lau. Aangenaam.
Aangenaam, ik heb enorm uitgekeken naar vandaag.
Aangenaam, ''mama en papa''.
Aangenaam, Mr Goodman.
Aangenaam je eindelijk te ontmoeten.
Misschien minder aangenaam en duurder dan je denkt. 't Is het plezier!