AANSPRAAK - vertaling in Duits

Anspruch
recht
beslag
aanspraak
claim
vordering
eis
ambitie
beroep
aanmerking
pretentie
geltend
gelden
aanspraak
stelt
betoogt
van toepassing
bestaat
aanwenden
aangevoerd
ingeroepen
beroept
Recht
gelijk
vrij
wetgeving
wet
nogal
juist
behoorlijk
redelijk
rechtvaardigheid
beanspruchen
opeisen
claimen
aanspraak maken
nemen
beweren
aanspraak
Rechtsanspruch
recht
aanspraak
claim
wettige aanspraken
Forderung
eis
verzoek
oproep
vordering
schuldvordering
claim
vraag
roep
wens
pleidooi
Ansprüche
recht
beslag
aanspraak
claim
vordering
eis
ambitie
beroep
aanmerking
pretentie
Anspruchs
recht
beslag
aanspraak
claim
vordering
eis
ambitie
beroep
aanmerking
pretentie

Voorbeelden van het gebruik van Aanspraak in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Onze aanspraak op deze wereld heeft voorrang.
Unser Anspruch auf diese Welt hat Vorrang.
Italiaans, twee mensen verloren toekomst voor trucking en aannemers meer aanspraak.
Italienisch, zwei Menschen verloren Zukunft für Lkw-Transporte und Auftragnehmer höhere Ansprüche.
Ik maak geen aanspraak op u.
Ich habe keinen Anspruch auf dich.
Laten we kijken welke aanspraak de gravin heeft.
Wir müssen wissen, welche Ansprüche die Gräfin hat.
En je aanspraak opgeven.
Deinen Anspruch aufgeben.
Je hebt er geen aanspraak op.
Ja, überhaupt keine Ansprüche werden da geltend gemacht.
Ik heb op niets aanspraak.
Ich habe keinen Anspruch.
De VS hebben geen aanspraak.
Die USA haben hier keine Ansprüche.
Opstand, bloed, groot bord pap, rechtmatige aanspraak op troon.
Aufstand… Blut… Große Schüssel Brei… Rechtmäßiger Anspruch auf den Thron.
Jouw aanspraak? Jouw aanspraak.
Auf deine Ansprüche? Deine Ansprüche.
Iedereen heeft er aanspraak op.
Denn alle haben Anspruch darauf.
Dat is mijn uitrusting daar daar baseer ik mijn aanspraak op.
Das sind meine Siebensachen, und ich melde meine Ansprüche an.
Niemand heeft een betere aanspraak.
Niemand hat darauf mehr Anspruch.
Je hebt er geen aanspraak op.
Überhaupt keine Ansprüche werden da geltend gemacht.
Van alle moeders… heeft geen aanspraak op mijn genegenheid.
Hast keinen Anspruch auf meine Zuneigung. Du, von allen Müttern.
Ik maak geen aanspraak op hem.
Ich mache keine Ansprüche an ihn.
Als voormalige Commandant heb jij aanspraak op de troon.
Als ehemaliger Commander hast du einen Anspruch auf den Thron.
Alle hebben er aanspraak op.
Denn alle haben Anspruch darauf.
En of ik aanspraak op Engeland maak.
Ob ich Anspruch auf England erheben werde.
In theorie kunnen alle werknemers aanspraak op een werkloosheidsuitkering.
In der Theorie sind alle Arbeitnehmer Anspruch auf Arbeitslosengeld.
Uitslagen: 390, Tijd: 0.0536

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits