AFBREKEN - vertaling in Duits

Abbrechen
annuleren
stoppen
afbreken
stopzetten
verbreken
afblazen
staken
beëindigen
onderbreken
afkappen
Abbruch
afbreken
stopzetting
sloop
afbraak
beëindiging
staken
stoppen
afbreuk
onderbreking
abortus
abreißen
slopen
afbreken
eraf
afscheuren
eraf rukken
eraf trekken
neerhalen
afrukken
lostrekken
af te breken
abbauen
afbreken
verminderen
wegnemen
ontmantelen
afbouwen
verkleinen
ontginnen
delven
af te breken
terugdringen
zerstören
vernietigen
verwoesten
kapotmaken
vernielen
verpesten
kapot
ruïneren
slopen
verstoren
opblazen
einreißen
afbreken
neerhalen
slopen
halen
doorbreken
scheur
af te breken
barsten
niederreißen
afbreken
slopen
neerhalen
slechten
vernietigen
verwoesten
zerlegen
demonteren
ontmantelen
uitsnijden
uit elkaar
breken
demonteer
ontleden
halen
in stukken
overhoop halen
Abzubrechen
annuleren
stoppen
afbreken
stopzetten
verbreken
afblazen
staken
beëindigen
onderbreken
afkappen
Abgebrochen
annuleren
stoppen
afbreken
stopzetten
verbreken
afblazen
staken
beëindigen
onderbreken
afkappen
abreissen
slopen
afbreken
eraf
afscheuren
eraf rukken
eraf trekken
neerhalen
afrukken
lostrekken
af te breken
abreißt
slopen
afbreken
eraf
afscheuren
eraf rukken
eraf trekken
neerhalen
afrukken
lostrekken
af te breken
abgerissen
slopen
afbreken
eraf
afscheuren
eraf rukken
eraf trekken
neerhalen
afrukken
lostrekken
af te breken
niederzureißen
afbreken
slopen
neerhalen
slechten
vernietigen
verwoesten

Voorbeelden van het gebruik van Afbreken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Ja, ze gaan het afbreken.
Ja, sie werden es abreißen.
Nee, afbreken.
Nein. Abbruch.
Die Romeinen moeten hier weg… zodat we de Romeinse Lusthof kunnen afbreken.
Dabei, die Römer zu vertreiben, damit wir die Trabantenstadt zerstören können!
u kunt ze makkelijk afbreken.
man kann sie leicht abbauen.
We moeten nu afbreken.
Wir müssen jetzt abbrechen.
Jullie moeten het huis afbreken.-Ja.
Ja. Ihr sollt das Haus zerlegen.
hun stenen huizen afbreken.
ihre steinernen Häuser einreißen.
Wat kun jij doen? Het afbreken?
Was kannst du machen, es niederreißen?
De overwinningsmonumenten van Marius liet Sulla afbreken.
Die Siegesmonumente des Marius ließ Sulla abreißen.
Wanneer je cellen stikstofbevattende verbindingen zoals eiwitten afbreken, produceren ze ammoniak als bijproduct.
Wenn Ihre Zellen stickstoffhaltige Verbindungen wie Proteine abbauen, produzieren sie Ammoniak als Nebenprodukt.
Moeten we dan ook maar alle soortgelijke bouwwerken in de EU afbreken,?
Sollen wir für alle Fälle alle ähnlichen Bauwerke in der EU zerstören?
Norm spelen ontvangen niet Ok caid ECM, afbreken dit ecm…….
Norm-Spiel erhalten nicht Ok Caid ECM, Abbruch dieses ecm…….
Paul, je kunt deze missie niet afbreken.
Paul, du kannst diese Mission nicht abbrechen.
Wij mogen deze missie niet afbreken.
Wir haben nicht die Befugnis, die Mission abzubrechen.
Ze zouden alles moeten afbreken en opnieuw opbouwen.
Man müsste alles niederreißen und die Stadt neu aufbauen.
En Em, ik vind dat jij je muur moet afbreken.
Und Em, du musst deine Mauern einreißen.
Elektronische draaimomentinstelling in 6 standen verhindert afbreken van schroefkoppen.
Elektronische Drehmomenteinstellung in 6 Stufen verhindert Abreißen von Schraubenköpfen.
Finaplex kunnen afbreken met de tijd.
Finaplex mit der Zeit abbauen kann.
Raaf 4. Afbreken.
Ravn 4, Abbruch.
Of gaan jullie dit gebouw ook afbreken?
Also läuft alles gut, oder wollen Sie dieses Gebäude auch zerstören?
Uitslagen: 667, Tijd: 0.0724

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits