Voorbeelden van het gebruik van Brand in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kapitein! Brand op de set!
Ze hielden hem in de gaten vanwege de brand in de visfabriek.
Onze wereld heeft zichzelf in brand gezet.
M'n ziel staat in brand.
Brand of explosie veroorzaakt door elektrische energie.
De oorzaak van de brand is nog niet bekend.
Er is brand in de cockpit.
En er was een brand, in een lab.
Tijdens de brand, in de verwarring.
In 1993 werd de infrastructuur van het departement tandheelkunde bijna volledig vernield door een brand.
Dylan en de brand.
Je ziel staat in brand.
Brand, frater!
Brand werd voornamelijk veroorzaakt door menselijke/externe factoren.
Bij een brand zouden we deze redden.
Er is brand in de systeemkamer.
Ze heeft brand gesticht, Ted!
Op 14 juni 2017 werd het gebouw door brand verwoest.
Sorry voor de brand.
Ze hadden een bulldozer in brand gestoken.