Voorbeelden van het gebruik van Brand gestoken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dana heeft die abortuskliniek in brand gestoken.
En haar dorp is niet in de brand gestoken.
Je hebt die kerk in brand gestoken.
De gebouwen werden geplunderd en in brand gestoken.
Heb jij een container in brand gestoken?
Heb ze op in mijn vierde leerjaar in brand gestoken.
Is je huis in brand gestoken?
Hij heeft z'n ouderlijk huis in brand gestoken.
De Boni's worden verjaagd en het dorp in brand gestoken.
David Marshall heeft een auto in de stad in brand gestoken.
Het hoofdkantoor van de openbare bibliotheek is in brand gestoken.
Wie heeft die schuur in brand gestoken?
Het Paleis van Justitie werd bestormd en in brand gestoken.
Ze zeiden dat ik Fallons kamer in brand gestoken had.
Er zijn auto's in brand gestoken.
Tijdens de terugtocht werd dit laatste in brand gestoken.
Je dronk, vocht, kreeg een hersenschudding… en Hildes fiets werd in brand gestoken.
De methadonkliniek in Waterstreet is in brand gestoken.
De kerk werd in 1558 in brand gestoken.
Nu hebben ze ons huis in brand gestoken.