Voorbeelden van het gebruik van Dat echt doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zou hij dat echt doen?
Kan een ridder dat echt doen?
Moet je dat echt doen?
Zou je dat echt doen?
Wil je dat echt doen?
Moet je dat echt doen om zes uur in de morgen?
Zou je dat echt doen?
Ga je dat echt doen?
Wil je dat echt doen?
Ik wou dat echt doen om het festival te redden.
Ga je dat echt doen?
Ga je dat echt doen?
Gaan we dat echt doen?
Gaan we dat echt doen?
Moet je dat echt doen?
Ga je dat echt doen?
Zou je dat echt doen?
kun jij dat echt doen?
Heb je dat echt gedaan?
Heb je dat echt gedaan?