Voorbeelden van het gebruik van Dat moet je in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat moet je mij niet eens vragen.
Nee, dat moet je niet.
Dat moet je gevleid hebben.
Dat moet je nu wel weten.
Dat moet je weten.
Dat moet je me ooit eens tonen.
Nee, lieveling, dat moet je niet doen.
Dat moet je weten, Jesse.
Dat moet je aan de Chinezen vragen.
Dat moet je niet vragen.
Chris, dat moet je fluisteren naar de volgende persoon.
Dat moet je weten.
Dat moet je echt eens laten zien.
Dat moet je gehaat hebben. Blanke mensen?
Kijk. Dat moet je niet toelaten.
Dat moet je ook zijn. Opgewonden.
Dat moet je ook niet.
Dat moet je niet vragen.
Dat moet je jezelf steeds voorhouden, zegt hij.
Dat moet je weten.