Voorbeelden van het gebruik van De eed in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik heb de eed afgelegd.
De eed die hij zwoer aan Abraham onze vader.
En de eed gezworen dat hij naar onze vader Abraham.
Denk aan de eed om het onrecht ongedaan te maken.
Als je de eed zegt.
Dat is de eed waar ik mee leef.
Wil er, voor we de eed afleggen, nog iemand iets zeggen?
U doelt op de eed van Dr.
Dat is de eed die we aflegden.
Leggen we de eed af die onze voorvaderen aflegden.
De eed die ik heb afgelegd voor mijn werk.
Ik vraag jullie nu om de eed van Sage Hall uit te spreken.
Zeg de eed na.
Zevenentachtig jaar geleden…… legde ik de eed af nooit een leugen te vertellen.
En nu je de eed hebt afgelegd,
Nu je de eed hebt afgelegd kunnen we je vragen wat we maar willen.
Zal hij de eed afleggen?
Wil je de eed afleggen?
Neem hem de eed af, meneer Wallis.