Voorbeelden van het gebruik van Ding zeggen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wil je nog één ding zeggen.
Mag ik een ding zeggen?
Laat me alstublieft een ding zeggen.
Ga je het ding zeggen?
Laat me één ding zeggen.
Mag ik nog een ding zeggen?
Jongens. Laat me een ding zeggen.
Ik ga alleen één ding zeggen.
Mag ik nog een ding zeggen?
Laat me een ding zeggen.
Wacht! Laat me alleen een ding zeggen.
Maar laat me je een ding zeggen.
Mag ik één ding zeggen?
Ik wil jullie één ding zeggen.
Mag ik één ding zeggen?
wil ik een ding zeggen.
Uitschakelt met volle maan zonder 'n bazooka. Ik kan je een ding zeggen, het waren niet de twee lichamen,
mocht ik er vanavond niet zijn… wil ik graag een ding zeggen.
Allereerst wil ik een ding zeggen:, Ik zal niet in deze post bespreken de veelheid van Bootlegs(piraten spelletjes)
Ten aanzien van Schengen wil ik een ding zeggen. Het antwoord op de eenzijdige, ad hoc-opschortingen van Schengen moet zijn