Voorbeelden van het gebruik van Een fout in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dit was een menselijke fout.
Heb jij ooit een fout gemaakt?
En een fout!
M'n vader had een fout gemaakt, zeiden ze.
Het was een fout.
Omlaag is een fout antwoord.
Barry heeft een fout gemaakt.
Het was een menselijke fout.
Ik heb een fout gemaakt.
Als je een fout maakt, moet je daarvoor boeten.
Volgens mij maak je een fout.
Misschien was het een fout.
krijg je een fout.
Bij een fout antwoord verdedigt het zichzelf.
De gedrukte versie heeft ook een fout metronoomgetal voor dit deel.
Er is een fout gemaakt. Wat?
Dat is een institutionele fout, toch?
Een fout die ik niet kan terugdraaien.
Hij moet een fout hebben gemaakt.
Ik zei je al dat het een fout was.