Voorbeelden van het gebruik van Er morgen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ga er morgen heen.
Zal er morgen een slachtoffer zijn?
Ze zullen er morgen zijn.
zijn we er morgen.
We kunnen er morgen een truck halen.
Aparte kamers. Ik zal er morgen voor zorgen, maar vandaag lukt dat niet.
Ze zijn er morgen.
Oké, we zijn er morgen.
Ik ben er morgen al. Prima.
Is er morgen een gevecht?
We zijn er nu en zullen er morgen zijn.
Hoe laat kun je er morgen zijn?
We moeten er morgen zijn.
Moeten ze naar huis gaan, of hopen dat er morgen een vlucht gaat?
Hij is er morgen.
Ja, ik ben er morgen.
Oké, ik ben er morgen.
Ik ben er morgen.
Is goed, ik zal er morgen zijn.
Neem hem mee en zet hem er morgen opnieuw.