Voorbeelden van het gebruik van Er morgen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik ben er morgen.
In feite, ik ben er morgen ook.
Ik bel mijn broer terug en wij zijn er morgen.
Ik ben er morgen.
We zijn er morgen.
Ik weet niet precies waar, maar ik wilde er morgen heen.
Wat moet er morgen weer mee etc.
Wat is er morgen?
Gaat er morgen een bus of niet?
En als er morgen verkiezingen komen wordt hij weer gekozen.
Misschien kunnen we er morgen over praten tijdens de picknick.
Ik rij er morgen naartoe.
Ik hoorde een gerucht dat er morgen een belangrijke match is.
Wel, we kunnen er morgen iemand naar toe sturen.
Wat is er morgen?
Zal ik bellen dan ben je er morgen op tijd voor je kleinkind.
We gaan er morgen heen.
Die staat er morgen nog wel.
Parijs ligt er morgen ook nog.
We kunnen er morgen zijn.