Voorbeelden van het gebruik van Geef door in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Goed, ik geef hem door.
Geef eens door.
Ja, ik geef hem door.
Geef haar door heb ik je gezegd, Marie!
Wacht even, ik geef hem door.
Geef haar door, godverdomme!
Jij geeft mij het geld, ik geef het door.
Geef haar door, godverdomme!
Geef het door.
Ja, geef hem door.
Geef hem door.
Geef me door aan de ontvoerder.
Geef 't door.
Geef het door.
Ik geef het door.
Ik geef 't door.
Ik geef 't door.
Geef ik door.
Geef door dat we ze hebben.
Geef het door.