Voorbeelden van het gebruik van Had 't in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze had 't vast verdiend.
Je had 't me moeten zeggen.
Maar m'n team had 't onder controle en wist dat ze zouden komen.
Ik had 't tegen Robert.
Hij had 't moeten weten.
Ik had 't over vannacht, grapjas.
Iemand had 't niet op de lijst gezet.
Je had 't me kunnen zeggen.
Ik had 't niet moeten doen.
Ik had 't u moeten zeggen.
Ik had 't over die baan.
Had 't vast verdiend.
Je had 't moeten proberen.
Ik had 't bijna geraden toen we hier rondkeken.
Ik had 't eerder door moeten hebben. .
Ik had 't over een andere film.
Hij had 't beloofd!
Je had 't makkelijk kunnen regelen. Wat?
Had 't met de dood van Gregory te maken?
Ik had 't moeten snappen.