Voorbeelden van het gebruik van Het brengen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kom het brengen. Hector!
Zal ik het brengen?
Zal ik het brengen?
Bedankt voor het brengen.-Eindelijk.
Ik laat het brengen.
Sergeant Pete komt het brengen.
Kan je de sleutel voor de opslagplaats vinden en het brengen, alsjeblieft?
Patrick zou het brengen.
Ik eet geen salade als ze het brengen.
een veulen van een dorp en het brengen.
Een Amsterdams voetbalelftal werd onlangs geschorst wegens scheldpartijen en het brengen van Hitlergroeten.
De diëtist bestelde het voor je, en ik moest het brengen.
Dan komt hij het brengen.
Dan overleggen we wanneer we het brengen.
Je zou me weer aan het roken brengen,?
Ik ga wel naar de apotheek en kom het morgen brengen.
Die Russische ober moet het brengen.
Ricky kan het brengen.
Naar wie moet ik het brengen?