Voorbeelden van het gebruik van Het prikt in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het prikt een beetje.
Het prikt een beetje.
Het prikt een beetje, maar daar wen je wel aan.
Het prikt een beetje, hè?
Het prikt een beetje.
Het prikt een beetje.
Het prikt een beetje.
Het prikt. Benzine!
Het prikt. Nee. Kom hier.
Het prikt nog.
Het prikt. Daar heb ik eerlijk waar niet op gericht.
Het prikt niet.
Het prikt een beetje.
Kom hier. Het prikt. Nee.
Het prikt nog steeds.
Het prikt in m'n mond.
Het prikt niet. Het brandt
Kennen we hem? Het prikt enorm.
Niet ernstig, maar het prikt wat.