Voorbeelden van het gebruik van Het te vragen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je hoeft het maar te vragen.
De jongens zijn naar Mexico vertrokken zonder het te vragen. Alles zal wel in orde zijn.
Gij hadt het maar te vragen, m'n leenheer.
Je hoeft het niet te vragen.
Je hoeft het maar te vragen.
Lk hoefde het niet te vragen, z'n haar zei genoeg.
Niet door het te vragen, maar het te eisen.
Beter om het te vragen.
Je hoeft het maar te vragen.
Ik hoefde het nooit te vragen.
Ik hoef het niet te vragen, dat is uit beleefdheid.
Ik durf het niet te vragen.
Je hoeft het niet te vragen.
Maar ik hoef het niet te vragen.
Door er naartoe te gaan en het hem te vragen? Hoe?
Dus ik besloot het maar te vragen.
Je hoefde het maar te vragen.
Je hoefde het alleen te vragen.
Ik durf het niet te vragen.
Ik ben vergeten het hem te vragen.