Voorbeelden van het gebruik van Je denken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Toen moest ik aan je denken.
Hoe kan je denken dat ik hier weg ga?
Zou je denken, maar nee.
Goed, ik zal aan je denken.
Dat zou je denken.
Hoe kon je denken dat ik dat eigenlijk zou doen?- Omdat ik er bij was?
Vrij een puinhoop in de kast je denken dat er was een gebroken afbeeldingsframe.
Ze zullen niet minder over je denken.
Dat zou je denken, hè?
Ik moet steeds aan je denken.
Hoe kun je denken dat ik dit zou doen?
Ik vind je denken wel goed. Probleem opgelost.
Wat deed je denken dat ik je ooit zou willen terug zien?
Wat zou je vader nu van je denken?
Dat zou je denken, maar het zijn net mieren.
Ik moet altijd aan je denken.
Ah, Dat mag je denken Maar wacht tot je mijn reden hoort.
Om dat te doen moet je denken en doen als een barbaar.
Mocht je denken dat ik te oud ben?
