Voorbeelden van het gebruik van Je moeder in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Waar is je moeder, Hanne?
Zei je moeder dat?
Wil je moeder ook dat je over je emoties praat?
Zoon, je moeder en ik gaan scheiden.
En Bill's auto met je moeder werd hier gevonden.
Je moeder, je kinderen.
Je moeder weet wat te doen.
Je moeder is elke dag bij ons.
Bel je moeder, David.
Je moeder denkt dat ik rust in het ziekenhuis.
Je moeder heeft mijn hart eruit gerukt.
Denk je dat je moeder misschien een probleem heeft met haar hormonen?
Ga je moeder helpen.
We zeggen je moeder dat je bij je drievoudige flip viel.
Breng die koffie naar je moeder, goed? Ja.
Je moeder huilt weer van blijdschap.
Je moeder leest Stevie Babar voor.
Ja, je moeder en je oma.
En je moeder ook.
Zat je moeder ook in de kelder?