Voorbeelden van het gebruik van Je traint in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je traint veel, je hebt rust nodig.
Je traint met a'tjes mee, over een kwartier.
Je traint op andere werelden in andere lichamen.
Je traint mensen als dat kan,
Nelson… Je traint heel hard. Walter!
Je traint, he?
Je traint en leeft als een samoerai.-Wat?
Je traint niet.
Je traint niet, je poeshoepel is los en ongedisciplineerd.
Nelson… Je traint heel hard. Walter!
Als je traint, komt alles goed'?
Je traint hier.
En je traint haar om tegen de maffia te vechten.
Je traint duidelijk?
Je traint mij om hem te doden….
Je traint voor de kou.
Je traint best hard.
Je traint toch altijd buiten?
Je traint hier niet meer.