Voorbeelden van het gebruik van Mankeert in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat mankeert er aan m'n penning?
Wat mankeert Robbie?
Wat mankeert je?
Er mankeert mij niks.
Wat mankeert hij?
Wat? Ik geloof dat ik begrijp wat jou mankeert.
Wat mankeert hem?
Wat mankeert daaraan? Dat is toch goed?
Wat mankeert ze?
Wat mankeert hen?
Skol. Skol. Wat mankeert je, klein broertje van me?
Wat mankeert je?
Er mankeert me niks.
Wat mankeert je,?
Wat mij mankeert?
Wat mankeert het, Finch?
Wat mankeert jou?! Dawn! Motor!
Mijn god. Mankeert hij niets?
Wat mankeert dit ding?
Mankeert er wat aan je oren?