Voorbeelden van het gebruik van Onklaar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het standaard opening's mechanisme moet onklaar gemaakt worden of verwijderd.
Die bom moet dan onklaar zijn.
Hij maakte mijn telefoon onklaar.
Die 105's moeten onklaar worden gemaakt.
Misschien waren de camera's in de bank helemaal niet onklaar.
Ja, ik maakte zijn geweer onklaar.
Maar al hun beveiliging is onklaar. Ik begrijp het.
Maak je hiermee 'n lift onklaar?
Hij maakt alles onklaar.
Goed. Die Rover moet onklaar gemaakt worden.
Ik maak die lading in je hoofd onklaar.
Boot 1 is onklaar.
Boot 1 onklaar.
Jij hebt die televisie onklaar gemaakt.
Ik maak die lading in je hoofd onklaar.
Seska is niet de enige die 'n faser onklaar kan maken.
Pomp onklaar.
Jullie vrienden van andere planeten zijn ontzettend succesvol in het onklaar maken van raketten en bommen, om zo de derde wereldoorlog te voorkomen.
Hij ging alleen weg nadat hij onze auto onklaar had gemaakt
maakte de radio onklaar… stelde iedereen bloot aan het virus, waarna iemand hem oppikte.