Voorbeelden van het gebruik van Opklimmen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Over sociale klasse en opklimmen in de jaren 90. Het was een postmodern psychodrama.
Ik had je gezegd dat je zou opklimmen.
zullen samen opklimmen.
Wat zei ik over opklimmen?
Alleen Willy kan daar opklimmen.
In de jaren 80 kon men weer wat opklimmen.
Donatello kan tegen muren opklimmen.
Bij het begin van het nieuw millennium kon Londerzeel nogmaals opklimmen.
Zijn dat nou… baby's die tegen dat huis opklimmen?
U wilt via mij heen opklimmen?
Dankzij jou moeten we deze heuvel opklimmen met geigertellers.
Bij de LAPD kon ik snel opklimmen door mijn ervaring.
Je kan daar niet opklimmen.
Ze kan niet eens een ladder opklimmen.
Maar we hebben samen gezwoegd en zullen samen opklimmen.
Ze kan niet eens een ladder opklimmen.
kun je opklimmen.
Ik kan weer opklimmen.
Je had allang moeten opklimmen.
Maar je kunt er makkelijk opklimmen, toch?