Voorbeelden van het gebruik van Pas jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wil een heel ander leven. En daar pas jij niet in.
Pas jij me wel?
Pas jij daar in? Del?
Pas jij even op?
Pas jij op Bo Tat?
Pas jij daar in?
Die pas jij niet eens.
Pas jij op ons?
In die wereld pas jij.
En pas jij maar op!
Pas jij maar op de worstebroodjes!
Pas jij op de rest, ik ben zo klaar met Lewis.
Hoe pas jij in het plaatje?
Pas jij op de kinderen?
O, nee. Pas jij even op Foo-Foo.
Daarom pas jij op ons vanaf hier.
Nee. Pas jij op m'n meisje?
Pas jij dan op hem?
Pas jij even op de baby.
Pas jij op de kinderen, Maudie.