Voorbeelden van het gebruik van Roept je in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij roept je niet zomaar zo vroeg op het matje.
Eén stem roept je naam. Focus.
Julia roept je.
Mama roept je.
En de dokter roept je zodra hij kan.
Hij roept je, Ed. Eddie, Help mij!
Mijn meester roept je naam, meisje.
Hij roept je.
Hij roept je.
Het lot roept je, Arthur.
Atropos roept je op.
Non roept je tot zijn legioen.
Mammie roept je.
Mevrouw roept je binnen. 7.
De schietbaan roept je naam.
Tristafé roept je naar voren als je het verdient.
De plicht roept je. Kom op.